Voorwerpen

kroepapparaatSTOOMAPPARAAT = KROEPKETEL

Koperen Kroepketel

In dit apparaat werd water aan de kook gebracht, en dan kwam er stoom uit het pijpje. Het bekertje dat aan het eind van het pijpje hangt dient om waterdruppels op te vangen. Het is een zogenaamde ‘kroepketel’ die gebruikt werd bij patiënten (meest kinderen) die aan pseudokroep leden. Pseudokroep is een aandoening waarbij de slijmvliezen rond de stembanden opzwellen als gevolg van een virale ontsteking van de bovenste luchtwegen. Hierdoor wordt het inademen moeilijk en krijgen de kinderen het benauwd. Ook hebben pseudokroep patiënten vaak last van een stevige blafhoest en een gierende ademhaling. Vroeger dacht met dat het inademen van vochtige lucht de klachten zou verminderen, en hoewel dat niet bevestigd is door recent onderzoek verminderde de vochtige lucht in elk geval wel de hoestprikkel. In de eerste decennia van de twintigste eeuw werd de hier afgebeelde kroepketel in bruikleen gegeven door de apotheek. De kroepketel was makkelijker in het gebruikt dan een ketel met kokend water, en kon ook buiten de keuken gebruikt worden. Aan het gebruik van kroepketels kwam een eind toen de douche zijn intrede deed, nu kon men immers gemakkelijk in een ruimte gaan zitten die vol was met vochtige lucht.


 

Urk klisteerspuit 1De auto klisteerspuit

Het toedienen van klysma’s (darmspoelingen) was heel gebruikelijk in de 17de en 18de eeuw. Volgens de geneeskundige opvattingen van die tijd bevinden zich in het menselijk lichaam vier vloeistoffen, de zogenaamde lichaamssappen of humores. De vier humores zijn bloed (sanguis), slijm (phlegma), zwarte gal (melan chol) en gele gal (chol). We vinden ook in ons tegenwoordige taalgebruik nog voorbeelden van deze theorie. De uitdrukkingen ‘een goed humeur’ en ‘een slecht humeur’ verwijzen direct naar de humores. Ook het woord temperament heeft daar zijn oorsprong, temperare is het Latijnse woord voor ‘mengen’. En een melancholiek type heeft een overmaat aan zwarte gal. Wanneer de lichaamsvloeistoffen met elkaar in evenwicht zijn is de mens gezond, bij een overmaat van een van de lichaamssappen wordt men ziek.  Manieren om een overmaat aan vocht kwijt te raken waren aderlaten, braken of het toedienen van een klysma. Klysma’s werden meestal door apothekers toegediend, de zeventiende en achttiende eeuwse artsen vonden dit werk ver beneden hun stand.  De klisteerspuiten werden van tin gemaakt en hadden een houten stamper waarmee de inhoud in de darm gespoten kon worden. Er was dus altijd iemand aanwezig bij zo’n darmspoeling, en op den duur kregen de patiënten, met name de vrouwen, hier toch wat problemen mee. De autoklisteerspuit bracht hier de oplossing: men ging op het uiteinde zitten en bediende dan zelf de stamper.


Urk zaagtandDe Zaagvistand

Zaagvissen behoren tot de roggen, maar lijken meer op haaien door hun lange zaagvormige snuit. In de zaagvormige snuit zitten aan weerszijden dolkvormige tanden. De vissen gebruiken die om bodemdieren uit de bodem te woelen maar ook om er mee door een school vis te maaien. De getroffen vissen worden daarna opgegeten. De zaagvormige snuit noemt men ‘zaagvistand’. De zaagvistand is nooit als geneesmiddel gebruikt. Toch werd in de apotheek de zaagvistand vaak opgehangen, maar dan niet als voorbeeld van een exotisch geneesmiddel maar om de aandacht van klanten te trekken. Om dezelfde reden werden ook gapers buiten de apotheek opgehangen. In het Centrum voor farmaceutisch erfgoed zijn twee zaagvistanden te bewonderen.

Advertenties