Het Kipp toestel

kipp1 kipp2Dit apparaat om gassen te bereiden draagt de naam van zijn uitvinder, de Delftse apotheker P.J. Kipp (1808-1864). Op de tekening is te zien hoe het werkt: in de bovenste glazen bol zit zuur, dat door een lange glazen buis ook in de benedenbol komt. In de middelste bol zit de vaste stof, en door contact met het zuur wordt gas gevormd. Wanneer de kraan aan de middenbol wordt geopend stroomt er gas uit, waardoor de vloeistof in de onderste bol omhoog komt en er opnieuw gas wordt gevormd. Sluit men de kraan, dan wordt het zuur weer teruggedrongen in de onderste bol en houdt de gas productie op. Kipp ontwikkelde het toestel om bij zijn analytische werkzaamheden over zwavelwaterstof gas te kunnen beschikken, dat gevormd wordt wanneer zoutzuur in aanraking komt met ferrosulfide. Het Kipp toestel was een vast onderdeel van het laboratorium, maar werd ook op scholen en universiteiten gebruikt. Behalve zwavelwaterstofgas kon men er ook andere gassen in produceren, zoals waterstof en kooldioxide. Vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw werd het Kipp toestel steeds meer verdrongen door gascilinders met een reduceerventiel.

Advertenties