de auto klisteerspuit

Urk klisteerspuit 1Het toedienen van klysma’s (darm- spoelingen) was heel gebruikelijk in de 17de en 18de eeuw. Volgens de geneeskundige opvattingen van die tijd bevinden zich in het menselijk lichaam vier vloeistoffen, de zogenaamde lichaamssappen of humores. De vier humores zijn bloed (sanguis), slijm (phlegma), zwarte gal (melan chol) en gele gal (chol). We vinden ook in ons tegenwoordige taalgebruik nog voorbeelden van deze theorie. De uitdrukkingen ‘een goed humeur’ en ‘een slecht humeur’ verwijzen direct naar de humores. Ook het woord temperament heeft daar zijn oorsprong, temperare is het Latijnse woord voor ‘mengen’. En een melancholiek type heeft een overmaat aan zwarte gal. Wanneer de lichaamsvloeistoffen met elkaar in evenwicht zijn is de mens gezond, bij een overmaat van een van de lichaamssappen wordt men ziek.  Manieren om een overmaat aan vocht kwijt te raken waren aderlaten, braken of het toedienen van een klysma. Klysma’s werden meestal door apothekers toegediend, de zeventiende en achttiende eeuwse artsen vonden dit werk ver beneden hun stand.  De klisteerspuiten werden van tin gemaakt en hadden een houten stamper waarmee de inhoud in de darm gespoten kon worden. Er was dus altijd iemand aanwezig bij zo’n darmspoeling, en op den duur kregen de patiënten, met name de vrouwen, hier toch wat problemen mee. De autoklisteerspuit bracht hier de oplossing: men ging op het uiteinde zitten en bediende dan zelf de stamper.

Advertenties